De twee typen aansturing van o.a. Märklin modelspoorbanen en modeltreinen

modelspoor met modeltrein

Voor de aansturing zijn er twee methoden: analoog en digitaal.

ANALOOG

Als je voor een analoge baan kies zijn de beperkingen groot, ongeacht of je voor gelijkstroom of wisselstroom kiest. Zodra je spanning op het spoor zet door de transformator te gebruiken gaan alle treinen tegelijk rijden en zullen ze ook altijd even hard rijden.

Eén van de manieren om dit te omzeilen, zoals vroeger vooral veel gebeurde, is door de baan op te delen in verschillende vakken of zones. Dit zorgt er voor dat verschillende delen van de baan geïsoleerd naast elkaar bestaan, en ook allemaal een eigen transformator nodig hebben. Dit levert veel bedrading op en zorgt er voor dat je altijd meerdere transformatoren moet bedienen.

Het wordt vaak nog meer een draden bende als je ook al je wissels gaat aansturen. Deze zullen dan ook allemaal een elektrische voeding en een verbindingen met de schakelaar nodig hebben.

Toch is het niet ongebruikelijk dit soort banen aan te treffen, en zeker in de tweedehandsverkoop zul je dit veel tegenkomen. Sommige mensen geven hier ook nog steeds de voorkeur aan.

DIGITAAL

Als je voor digitaal rijden kiest los je in mijn ogen het grootste probleem van analoog rijden direct op, je kan namelijk alle treinen apart aansturen. Dit gebeurt door middel van een centrale aansturing waarop je het locomotie kan kiezen en dan individueel de snelheid, en richting, aan kan geven.

Op deze manier kan je makkelijk meerdere treinen besturen. De hoeveelheid treinen die je kan besturen is afhankelijk van de spanning van je transformator.

Naast de transformator is ook een centrale nodig. Tussen deze twee moet ook nog een ‘booster’ (een versterker) worden geplaatst, om de signalen van de centrale door te geven op het spoor.

Het is daarnaast ook mogelijk je wissels ook op dezelfde centrala aan te sluiten. Dit kan wel voor problemen zorgen omdat deze wissels zodoende van dezelfde spanning gebruikmaken als de treinen. Dit beperkt dus het aantal treinen wat je op de baan kan laten rijden. Een veel gebruikte oplossing is je wissels een aparte transformator te geven.

Digitaal rijden heeft nog meer voordelen. Zo kan je je treinen realistisch laten optrekken en afremmen, de lichten bedienen en geluid- en stoomgeneratoren aansluiten op je locomotieven. Dit kan je ook allemaal vanuit de centrale aansturen.

BEGINNEN

Een eenvoudige manier om digitaal te beginnen is met een startset. Hierin zitten de belangrijkste elementen zoals transformator, booster en centrale. Lees hier ons artikel over de beste beginnerssets (zowel analoog als digitaal).

Veel beginnersets komen met alleen een simpel rondje wat je trein kan rijden, of soms een klein stukje dubbelspoor. Echter kan je met simpele uitbreidingssets voor rails, wagons of locomotieven snel je baan uitbreiding naar iets veel meer complex.

Als je niet zeker bent over je keuze hebben wij op deze website veel meer informatie ter beschikking maar daarnaast raden wij ook altijd aan je goed te laten informeren in een speciaalzaak. Hier kunnen ze u veel vertellen over wat er mogelijk is en kunt u alles van dichtbij bekijken.

Verder
Voor verder informatie verwijzen wij u ook graag naar de encyclopedie van Beneluxspoor.net, een stichting die goed werk doet om deze prachtige hobby te promoten.

Sharing is caring!